Op 19 februari 2005 werd onze eerste dochter Elisabeth geboren. Toen ik bij het ziekenfonds informeerde over zwangerschapsverlof etc. wist men mij te vertellen dat we via onze hospitalisatieverzekering beroep konden doen op kraamhulp. Gezien mijn ouders en schoonouders op 1 uur rijden van ons wonen, was ik daar direct voor te vinden. Vooral omdat ik mezelf niet echt als een supermoederlijk type beschouwde (ik had in mijn ganse leven nog nooit zelfs met een pop gespeeld). Toen de sectorverantwoordelijke bij ons thuis de uitleg kwam geven over kraamhulp vertelde ze ons dat we via de normale ziekteverzekering recht hadden op bezoek van een vroedvrouw na de bevalling thuis.
De bevalling was zwaar (een placenta die niet wilde lossen en een curretage achteraf) en ik was heel blij dat ik van dichtbij kon opgevolgd worden door de vroedvrouw thuis. We hebben interessante tips gekregen rond borstvoeding (o.a. de melkovergevoeligheid van Elisabeth werd snel gedetecteerd) en de vroedvrouw voelde ook dat mijn baarmoeder niet snel genoeg samentrok, zodat ik dat aan de gynaecoloog kon melden.
Omdat onze temperamentvolle roodharige dochter niets liever deed dan mama en papa 's nachts en overdag druk bezig houden, was de kraamhulp meer dan welkom om te helpen met de eerste badjes, het afkolven van moedermelk, steriliseren van flesjes (want ik moest na 10 dagen onder volledige narcose en wou de borstvoeding niet stopzetten) en om het huishouden niet echt in een puinhoop te laten veranderen.
Toen we in januari 2007 ons tweede kindje verwachtten, heb ik direct opnieuw kraamhulp en thuisbezoek van de vroedvrouw geregeld. Deze keer ging de aandacht vooral naar Leonore, onze flinke dochter van 4,57kg en 55 cm, die bij de geboorte bleef steken achter het schaambeen. Daardoor heeft Leonore plexus brachialis, Erbse parese. Ze kon haar linkerarm niet bewegen (enkel het handje). Door een lange revalidatie zal dit normaliter volledig herstellen. Deze stevige baby wou niet bijkomen, tot ik op aanraden van de vroedvrouw probeerde om flessenmelk te combineren met borstvoeding. Leonore besliste toen maar om ten volle van de borstvoeding te genieten (ze weigert nog steeds resoluut elk flesje).
De kraamhulp had deze keer wat minder geluk, het verzorgen van de baby was tot een minimum herleid, gezien enkel vader en moeder Leonore mochten oppakken van de dokter. Ik heb samen met de kraamverzorgende de weinig leuke taak opgenomen om de kleertjes van Elisabeth die niet konden dienen voor Leonore in dozen te stoppen. Ik had ook echt de hulp nodig van een tweede persoon om Leonore in bad te doen: omdat je haar arm volledig moet ondersteunen is er geen hand meer vrij om water over de baby te doen. Na enkele weken had ik de handeling genoeg in de vingers en nu steek ik Leonore helemaal alleen in bad.
Stefanie De Man |