Yvette Verbauwen (67) wordt elf jaar geholpen door Solidariteit voor het Gezin.
“Ze behandelen mij menselijk en op een correcte manier”
“Twaalf jaar terug was ik betrokken in een motorongeluk. Ik verbleef ongeveer één jaar in het ziekenhuis. Daarna kreeg ik hulp – en trouwens nog altijd – van Solidariteit voor het Gezin. Van gezinshulp maak ik ondertussen geen gebruik meer – ik vond een andere oplossing – maar de poetshulp en de thuisverpleging komen nog steeds langs. Ik overweeg nu om ook vrijwilligers te vragen om mij te begeleiden in de stad en om mij gewoon gezelschap te houden.
Het was in feite mijn echtgenoot, die zeven jaar geleden overleden is, die koos voor Solidariteit voor het Gezin. Het was een bewuste keuze die te maken had met onze filosofische overtuiging. Wij wilden op dat vlak consequent zijn in ons leven. Elke morgen word ik gewekt door de verpleegster van Solidariteit voor het Gezin. Vijftien tot twintig minuten voor ze aankomen laten ze mijn mobiele telefoon een zestal keer rinkelen. Ondertussen sta ik op en maak ik zo goed mogelijk mijn toilet. Wat ik nog kan doe ik graag zelf. Maar aangezien sommige dingen voor mij te moeilijk zijn, maakt de verpleegster het daarna verder af. ’s Avonds komt de verpleegkundige dan nog langs om druppels in mijn ogen te doen.
Doorgaans zijn het twee vaste verpleegsters die bij mij langs komen. Af en toe zijn er natuurlijk ook vervangers. Van de vervangers voel ik echt niet dat ze inspringen. Ze doen hun job allemaal accuraat en goed. Hun werk is af, het zijn mensen met klasse. Nooit ofte nimmer geven zij ongeoorloofde reacties of misplaatste opmerkingen. Hun taal is beschaafd, ze zijn correct qua timing, qua afspraken en qua deontologie. Met mijn twee verpleegsters heb ik een nauwere band, maar toch met de nodige afstand. Het gaat niet verder dan deontologisch verantwoord is. Ze behandelen mij menselijk en op een correcte manier. Ik heb het gevoel dat ik veel tegen hen mag vertellen, zonder dat ze het zouden verder vertellen. Ze zijn voor mij een klankbord, ze kunnen echt goed luisteren. Over zichzelf vertellen ze in feite weinig.
Wat ik zeker nog kwijt wil is het belang van dieren. Ik heb nu twee katten – Pipoh, een Amerikaanse boskat en Thigri, een Engelse korthaar – die voor mij onmisbaar zijn. Na het overlijden van mijn man duurde het zes maanden vooraleer Pipoh mij heeft aanvaard als zijn meesteres. Ik ben veel met mijn poezen bezig en omgekeerd krijg ik van hen ook veel liefde”. |